Minder

(foto: Andy Goldsworthy)

 

Met een extra winteruur en een dag van de stilte, is dit een goede tijd voor een ‘beetje minder’ en een ‘beetje trager’…

In de westerse beeldende kunst begon minimalisme in de 1960’s als een reactie op het abstract expressionisme van na de tweede wereldoorlog. De kunst van nieuwe mogelijkheden, expressie en kleur, die met een a-politiek karakter symbool stond voor de vrije wereld, werd nu ingeruild voor een meer ingetogen aandacht voor de buitenwereld. De wilde actie, de individuele expressie en het explosief kleurgebruik van Jackson Pollock en zijn tijdgenoten, maakten plaats voor een minimalistische kunst waar met zo eenvoudig mogelijke middelen gezocht werd naar de essentie.

De nood aan simpliciteit breidde zich uit, met in Italië de Arte Povera. Samen met de ‘environmental movement’ keerde de minimalistische landschapskunst terug naar de aarde. Zoals het fijne werk van Andy Goldsworthy:

 

 

In de minimalistische architectuur, populair in de jaren 1980, werd gezocht naar geometrische basisvormen. De essentie van vorm en materiaal moesten de ruimte een spirituele dimensie geven. Het natuurlijk licht, lucht en aarde openden een dialoog met de omgeving. Ook in de muziek, literatuur en mode werd een boodschap van eenvoud uitgedragen.

De simpliciteit in de Japanse traditionele cultuur van de Zen filosofie was hier een grote inspiratiebron.

Het minimalisme staat stil, beluistert en observeert de omgeving. Het is een introverte zoektocht naar het noodzakelijke en een brenger van rust.

 

Refuse, reduce, reuse, recycle, rot. 

Vandaag is minimalisme als een filosofie of levenskunst van ontspullen en het terugvinden van waarde in opmars. Het leven reduceren tot noodzakelijke en waardevolle elementen, in het licht van overconsumptie, haast en vervuiling.

Weigeren, verminderen, recycleren, composteren. Zo klinkt -in vaste volgorde- de mantra voor het verminderen van afval, gelanceerd door Bea Johnson. Minder consumeren en afstappen van een wegwerpcultuur in ruil voor waardevolle dingen die blijven en er echt toe doen.

Alhoewel het minimalisme van nu niet saai en onmodieus moet zijn, heeft het denk ik minder te maken met witte muren, strakke vormgeving of het volgen van een 100-dingen regel en meer met de zoektocht naar wat echte waarde toevoegt. Minimalisme vraagt aandacht, stilstaan, traagheid, diepgang, luisteren. Grondigheid.

Minder dingen, maar ook andere dingen. Als we ons zouden beperken tot alleen dat wat praktisch is of wat ons echt blij en gezond maakt, dan zouden niet alleen onze interieurs mooi zijn opgeruimd. Ook de hoofden, de lijven, de menselijke relaties en de natuur zouden de weldaad ondervinden van een grondige schoonmaakbeurt. Het cultiveren van minimalisme maakt ruimte voor rust, orde en tevredenheid. En als je wil ook tijd en geld. Het brengt meer genoegen met de dingen die er al zijn dan een verlangen naar meer. Wat een rijkdom!

Ik noem mezelf graag een minimalist. (Ondanks de soms onverklaarbare opwellingen van gulzigheid, hebberigheid, koopdrang en materialisme.) Het aantal spullen blijft variëren, maar de behoefte aan essentie blijft. Het kan voor iedereen anders ingevuld worden en voor mij is het de voortdurende oefening van een leven met minder (plastic) spullen, minder rommel, minder kleding, minder auto, minder vervuiling, minder vlees, minder haast, minder lawaai, minder afspraken, minder to do, minder ‘ruis’,… en meer kwaliteit, vrijheid, rust, orde, controle, betekenis, concentratie, tijd, gezondheid, mensen en natuur….

(Na een tijdje worden de vreetbuien ook minder…)

 

Deze twee ‘goofy dudes’ of ‘The minimalists’ bewijzen dat minimalisme helemaal in en helemaal fun is!

 

 

Less is more,

 

Vele groensels,

 

Wilma en de vogels

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

Verstuur reactie