Aardig

08/11/2018

  

Weg met duurzaamheid. Een pleidooi voor aardigheid.

Waarom ik niet duurzaam wil zijn, de maat van mijn ecologische voetafdruk mij een (vegetarische) worst zal wezen, de grootte van mijn verborgen impact me Siberisch koud laat (nu het daar nog koud is), niet bang ben van Earth Overshoot Day, niet inzit met het verdwijnen van de biodiversiteit én waarom we meer moeten durven moraliseren én wandelen in het bos.

Ik wil niet ‘duurzaam’ zijn. Ik hou niet van het woord ‘duurzaamheid’. Niet omdat het vaak verkeerd gebruikt, misbruikt, te pas en te onpas gebruikt wordt. Ook niet omdat het een ‘modewoord’ of ‘containerbegrip’ is. De hippe klank en de versleten letters daargelaten, is het vooral de inhoud van ‘duurzaam’ waar het aan schort.

Ik bezig het wel eens, uit gemakzucht en gebrek aan beter. Zelfs om het onderwerp van deze blog en de motivatie voor mijn eigen levensstijl mee aan te duiden, notabene. Maar het vertelt nooit echt wat ik ermee bedoel, waardoor ik nalaat te achterhalen wat dat dan precies moge zijn.

Tijd voor verandering.

Duurzaamheid

Dat duurzaamheid ‘een containerbegrip’ genoemd wordt, komt omdat het over een hele vracht aan menselijke handelingen gaat, die aan vele voorwaarden onderworpen zijn, in een grote, complexe, natuurlijke en sociale wereld. Hierdoor is het zeker vatbaar voor misbruik, verkeerd of onvolledig gebruik, betekenisverlies. Maar er is weldegelijk een duidelijke definitie van ‘duurzaamheid’.

In 1987 definieerde de VN-commissie Brundtland duurzame ontwikkeling als ontwikkeling die aansluit op de behoeften van het heden zonder het vermogen van alle toekomstige generaties om in hun eigen behoeften te voorzien in gevaar te brengen.

Duurzaamheid focust op de grenzen van de aarde, van de grondstoffen, van de opnamecapaciteit van de atmosfeer en van de natuurlijke omgeving. Het vereist dat mensen de schaarse hulpbronnen op de eindige planeet zo beheren zodat welvaart gegarandeerd is, voor alle mensen en al hun nakomelingen.

Hiervoor moet een ideaal evenwicht gevonden worden tussen ‘de 3 P’s’: People, Planet, Profit (of Prosperity). Alle ontwikkelingen die op technologisch, economisch, ecologisch, politiek of sociaal vlak bijdragen aan een gezonde aarde met welvarende bewoners en goed functionerende ecosystemen zijn duurzaam.

Duurzaamheid is een levensnoodzakelijke, dringende remedie voor een ziek systeem van een woekerende economie met onhoudbare productie- en consumptiepatronen, voort-durende vernietiging van de natuur en steeds pijnlijkere ongelijkheid in toegang tot welvaart. Duurzaamheid moet evenwicht brengen en ons redden van de ondergang, met klimaatverandering als het probleem met topprioriteit.

Nieuwe duurzame economische modellen dringen zich op zoals ‘circulaire economie’ en ‘donut-economie’. Hierin worden hulpbronnen circulair ingezet, verdienmodellen herbekeken en economische groei losgelaten. Overheden, bedrijven, planners, designers en consumenten moeten vandaag nog werk maken van duurzame innovatie en conservatie. Duurzaam gebruiken/verbruiken betekent in de eerste plaats consuminderen en consumanderen: minder en anders consumeren.

De Verborgen Impact

Babette Porcelijn vindt het woord ‘duurzaam’ niet specifiek genoeg en formuleert het in haar boek De Verborgen Impact (2016) zo:

Een handeling is duurzaam als je hem kunt blijven herhalen, omdat het effect ervan binnen de draagkracht van de planeet blijft. De gebruikte hulpbronnen krijgen de tijd om te herstellen (denk aan regen, visstand of bos) en er zijn bovendien geen effecten die blijvende schade aanrichten aan het ecosysteem.

Je leeft eco-neutraal als je evenveel positieve als negatieve impact op het ecosysteem hebt, waarbij je negatieve impact duurzaam is, dus binnen de draagkracht van de planeet blijft.

Je leeft eco-positief als je meer aan het ecosysteem toevoegt dan je eraan onttrekt.

Aangezien we momenteel al flink in het rood staan met Earth Overshoot Day in augustus, zullen we de komende decennia eerst eco-positief aan de slag moeten gaan voordat er zich een gezond en stabiel eco-neutraal evenwicht kan vormen.

Porcelijn berekent de draagkracht van de planeet en meet welke impact van menselijk gedrag hierin past om die draagkracht niet te overschrijden. Ze komt tot de conclusie dat onze (westerse) huidige (voor het grootste deel onzichtbare) impact te groot is en dat we die dus dringend moeten terugdringen. Ze becijfert een grootte-orde van impact van verschillende menselijke handelingen op gebied van wonen, eten, zich verplaatsen en spullen kopen. De grafiek toont dan op welke vlakken we ons gedrag het dringendst moeten bijsturen.

Voetafdruk

Met termen als ‘impact’ en ‘ecologische voetafdruk worden de grenzen berekend waarbinnen een persoon via bepaald gedrag materiële ruimte mag innemen om de draagkracht van de aarde niet te overschrijden, wordt m.a.w. de duurzaamheid van individuele handelingen gemeten.

Wanneer we duurzame welvaart eerlijk willen verdelen, moeten we eerst voor elk individu op de aarde berekenen hoeveel en wat elk mag eten, hoe iedereen mag wonen en zich verplaatsen en hoeveel en welke spullen of energie er iedereen toekomt. Hoeveel iedereen mag gebruiken, verbruiken. Welke impact elke mens mag hebben dus. Hoe groter de wereldbevolking, hoe kleiner de stukjes taart.

Voordelen

Wanneer we tenslotte, met duizend-en-een tips, stap voor stap, met vallen en opstaan en met scherpe politieke kli-maatregelen, onze levensstijl ‘verduurzamen’, zijn er heel wat voordelen voor de mens op te noemen waardoor een hele nieuwe (betere) kwaliteit van leven te ontdekken valt. Om nog niet te spreken van extra comfort, geld en jobs!

Economische visie

Het probleem met de definitie van duurzaamheid is dat het (verblind door de eigen basisbehoeften en angst voor eindigheid) verantwoordelijk en zorgzaam menselijk gedrag, een kwaliteitsvol leven en de relatie van mens tot natuur berekent aan de hand van een enge, mensgecentreerde en economische visie op Mens, Planeet en Welvaart.

 

People

In de definitie van duurzaamheid is de mens een wezen dat handelt vanuit zijn behoefte aan schaarse natuurlijke hulpbronnen van de planeet om tot welvaart te komen voor deze en volgende generaties mensen. Zijn behoeften zijn zo groot als de hoeveelheid hulpbronnen die hij duurzaam kan verkrijgen.

De aardbol wordt hier als een huishouden gezien dat goed beheerd moet worden. (‘Economie’ betekende in het Grieks oorspronkelijk ‘huishoudkunde’.) Een duurzame mens is een bewuste gebruiker, een goede huishoudkundige en een verantwoordelijke beheerder van de natuur.

Moraal van het verhaal: als de mens, die fundamenteel een economische, consumerende mens is, de eindige wereld op zo een manier beheert en gebruikt, zodat hijzelf en zijn nakomelingen welvarend kunnen blijven voortbestaan, dan is hij ‘goed’ bezig.

Planet

In de definitie van duurzaamheid moet de natuur op deze planeet gezien worden als een huishouden (of volgens anderen als een bibliotheek) van ecosystemen en grondstoffen die dienen als schaarse hulpbronnen die behoeftige mensen nodig hebben om welvaart te creëren.

De ‘draagkracht van de aarde‘ betekent hier: de natuurlijke grenzen van de planeet, waarbinnen welvarend menselijk leven mogelijk blijft. ‘Earth Overshoot Day‘, die momenteel al in augustus ligt, toont dat deze draagkracht ferm wordt overschreden. Dit is ‘de dag van een bepaald jaar wanneer – vanaf 1 januari geteld – de mensheid wereldwijd net zoveel van de aardse grondstoffen en hulpbronnen heeft opgebruikt als de aarde in één jaar tijd terug kan opbrengen en geproduceerde afvalstoffen kan verwerken’.

De gezondheid van de ecosystemen is bepalend voor deze draagkracht van de planeet en is meetbaar is aan de hand van de biodiversiteit.

Biodiversiteit

Biodiversiteit of biologische diversiteit is een graad van verscheidenheid aan levensvormen (soorten, genen etc.) binnen een gegeven ecosysteem, bioom of een gehele planeet. De biodiversiteit wordt vaak gebruikt als een indicator voor de gezondheid van een ecosysteem. Daarvoor wordt de aanwezige biodiversiteit vergeleken met historische gegevens of gegevens uit vergelijkbare gebieden. Biologen schatten de totale hoeveelheid verschillende levensvormen op ongeveer 40 miljoen soorten. De biodiversiteit staat echter onder grote druk. Soorten sterven massaal uit. Vandaar het belang van verdragen zoals het internationaal Biodiversiteitsverdrag van Rio de Janeiro van de VN (1992) dat landen verplicht om de biodiversiteit te beschermen.

De Europese commissie formuleert het zo:

Biodiversiteit is een term om de rijkdom van de natuur aan te duiden. Het zorgt door de interactie met omgevingsfactoren voor ecosystemen waarin organismen kunnen leven, zoals bijvoorbeeld de mens. Biodiversiteit is van cruciaal belang voor talloze menselijke activiteiten.

Veel voedsel kunnen we alleen maar produceren dankzij een vruchtbare bodem, zuiver water en bijen die planten en bomen bestuiven. Planten zuiveren de lucht door zuurstof te produceren en verontreinigende stoffen op te nemen.

Onze klerenkasten hangen vol natuurlijke stoffen zoals katoen, wol en zijde. De natuur voorziet ons ook van hout en andere materialen voor gebouwen en meubilair.

Veel geneesmiddelen, zoals aspirine, zijn van natuurlijke oorsprong. Daarnaast herbergen ecosystemen zoals het regenwoud en koraalriffen nog onbekende stoffen die wel eens van onschatbare, levensreddende betekenis zouden kunnen zijn.

De helft van de kooldioxide die we uitstoten wordt door de natuur geabsorbeerd. Deze “koolstofputten” spelen een grote rol bij het afremmen van klimaatverandering.

Koraalriffen en mangrovebossen zijn een buffer tegen stormen en tsunami’s. Drasland kan als een spons overtollig water absorberen en zo overstromingen voorkomen.

Prachtige natuurgebieden trekken talloze bezoekers aan en geven de lokale bevolking zo een bron van inkomsten.

Veel mensen genieten in hun vrije tijd van de schoonheid van de natuur. In sommige culturen hebben bepaalde plaatsen en soorten zelfs een spirituele betekenis.

Maar toch wordt de biodiversiteit wereldwijd bedreigd. Planten en dieren sterven uit, vooral als gevolg van menselijk handelen. En alle biodiversiteit die verloren gaat, komt nooit meer terug.

Verlies aan biodiversiteit betekent niet alleen dat er zeldzame planten- en diersoorten verdwijnen. Het leidt ertoe dat volledige ecosystemen minder produceren en kwetsbaarder worden voor invloeden van buitenaf. Visbestanden kunnen instorten, de bodem kan onvruchtbaar worden en bijenvolkeren kunnen verdwijnen.

De natuur geeft ons allerlei dingen gratis, maar ieder jaar wordt het minder. Economen schatten dat verlies op zo’n 50 miljard euro per jaar. Als we niet ingrijpen, zou het verlies aan biodiversiteit op het land ons in 2050 zo’n 7% van het bbp kunnen kosten.

Europa heeft strenge wetten om de natuur te beschermen, maar die moeten wel worden toegepast in de praktijk. En we moeten ervoor blijven zorgen dat activiteiten zoals visserij, landbouw en bosbouw de natuur niet schaden.

Moraal van het verhaal: Het is omdat de natuurlijke hulpbronnen nuttig (50 miljard euro!) en eindig zijn dat we er zorgvuldig mee moeten omgaan.

Profit

Duurzame welvaart wordt bereikt door het duurzaam maximaliseren van alle schaarse natuurlijke hulpbronnen. Dit is de taart die onder de wereldbevolking gelijk verdeeld moet worden. Duurzaamheid berekent de maximale (hoeveelheid en aard) ruimte waarover elke mens mag/kan beschikken, met ‘delen‘ als een ‘rekenkundige bewerking van de tweede orde’, een wiskundige oefening. Mensen mogen een voetafdruk/impact hebben zo groot als ‘de draagkracht van de planeet’ (= grenzen voor menselijk leven) het toelaat. Het is ‘de eindigheid van de planeet’ en het aantal mensen op de wereld die bepalen op hoeveel hulpbronnen elk aanspraak heeft. Duurzame welvaart is maximaal en materialistisch.

Moraal van het verhaal: Duurzame welvaart (die maximaal en materialistisch is) die binnen ‘de draagkracht van de planeet’ blijft, moet gelijk verdeeld worden.

Bril

Duurzaamheid is een economische term die de wereld door een economische bril ziet. Het leven op onze planeet gaat hier over hulpbronnen, menselijke behoeften en eindigheid. Dit zijn de elementen in de formule om moreel aanvaardbaar gedrag en welvaart te berekenen.

Duurzaamheid biedt een economische oplossing voor een economisch probleem. Beiden, zowel het probleem als de oplossing, spreken dezelfde taal en zijn daarom misschien wel in hetzelfde bedje ziek.

In ieder geval is economische zorgvuldigheid maar een van de vele soorten zorgvuldigheid die, wanneer ze op zichzelf staan erg verarmende, beperkende en misschien wel contraproductieve versies zijn.

Duurzaamheid geeft te veel antwoorden en stelt te weinig vragen.

Mens

Natuurlijk moeten we zorgvuldig zijn. Maar zijn onze eigen behoeften onze enige drijfveer om goed om te gaan met de natuur? Onze enige motivatie om respectvol gedrag te definiëren? Is alleen de manier en de mate waarin we consumeren (liever minder dan meer) bepalend voor onze plaats in de natuurlijke wereld?

We moeten voor de planeet zorgen omdat we voor onszelf en onze kinderen moeten zorgen. We moeten voor onze kinderen zorgen omdat we voor onze kinderen moeten zorgen. We moeten ook de planeet respecteren omdat we de planeet moeten respecteren. Hoe en waarom we deze laatste twee zouden moeten doen, valt al moeilijker te berekenen en uit grafieken af te leiden.

Is de mens een beheerder van natuurlijke schaarse hulpbronnen? Mens/beheerder tegenover natuur/hulpbron? De duurzame mens staat los van de natuur. Met natuur ten dienste van mensen en daarom goed te verzorgen, te koesteren, te beheren. In het beste geval biedt de natuur ons schoonheid en maakt het ons bewonderaars.

Maar steeds lijkt de duurzame mens te vergeten dat natuur ook iets los van mensen is. En dat mensen niet los van de natuur zijn, maar evenzeer deel van kleinere en grotere ecosystemen. Een status als beheerder past hier niet echt in.

Planeet

Het streven naar ‘duurzaamheid’ en het waarderen van ‘biodiversiteit’ zijn nodig om kritische drempelwaarden te respecteren die we momenteel drastisch (onherroepelijk?) overschrijden. Natuurlijk moeten we hier zorgvuldig, verantwoordelijk en snel zijn.

Maar is de natuur alleen een hulpbron (voor voedsel, materiaal, schoonheid, gezondheid, welvaart,…) waaraan we behoefte hebben en dus goed moeten beheren? En is het omdat de natuurlijke hulpbronnen eindig zijn dat we er zorgvuldig mee moeten omgaan? Is natuur enkel iets nuttigs en schaars? Iets dat voor ons moet blijven duren?

Als het over ‘de draagkracht van de planeet’ gaat, wordt de werkelijke kracht van de natuur buiten beschouwing gelaten (of haar recuperatietijd te traag bevonden in vergelijking met de snelheid van de vernielingskracht van mensen).

Wij hebben de planeet nodig en niet omgekeerd, nee. Maar bevat de natuur ook andere relaties dan die rechtlijnige relaties van nut? Circulaire, wederkerige relaties waarin gedeeld en samengeleefd wordt? Is het bewaren van biodiversiteit belangrijk om de druk op schaarse hulpbronnen te verlichten? Moeten we voor de bijen zorgen zodat we zelf genoeg fruit en groenten kunnen blijven eten? Of omdat bijen dezelfde bestaansrechten hebben als wij en we samen deel zijn van een groter geheel?

Is het de wet van de schaarste die ons leert wat goed is en wat slecht? Is de eindigheid van de planeet ons moreel kompas? Stel dat de planeet oneindig en onuitputtelijk was (dan bestond het woord kompas wellicht niet), wat zouden dan onze morele richtlijnen zijn, voor ons omgaan met de natuur? (Of zouden we dan, zonder fysieke grenzen buiten onszelf, al helemaal niet herinnerd worden aan onze eigen gulzigheid en finaal het noorden kwijtraken?)

In ieder geval moeten we dan niet wakker liggen van klimaatverandering of het opraken van diersoorten en grondstoffen. Maar dan resten ons wel nog andere vragen.

Hoeveel microplastic mag dan in de oceanen terecht komen? Hoeveel albatrossen of neushoorns mogen dan geofferd worden? Hoeveel afvalbergen zouden dan mogen groeien? Hoeveel auto’s mogen dan rondrijden? Hoeveel rubberen schoenen mag je dan kopen? Hoeveel monoculturen mogen we dan verbouwen? Hoeveel insecticiden mogen dan rondgespoten worden? Hoeveel lucht mag dan vervuild worden? Hoeveel bos mag dan gekapt worden voor bruinkool of huizen? Hoeveel dieren mogen dan gegeten worden? Zijn een boom, een orang-oetang of een koe op een eindige planeet iets anders dan een boom, een orang-oetang of een koe op een oneindige planeet?

Als er geen ‘planetaire grenzen’, ‘ecologische voetafdrukken’, ‘impacten’ of ‘biodiversiteit’ waren, hoe zouden we dan goed gedrag tegenover de natuur bepalen? Geen meetinstrument is opgewassen tegen zo een mysterie.

Welvaart

Is welvaart maximaal en enkel materialistisch in te vullen?

Mogen we alles pakken wat we kunnen om tot een ‘aanvaardbaar welvaartsniveau’ te komen, als dat maar duurzaam en eerlijk gebeurt? Rechtvaardigt duurzaamheid dat alle natuurlijke materialen hulpbronnen voor mensen kunnen zijn? Hebben we op alle grondstoffen aanspraak als we ze maar in ‘oorspronkelijke’ staat in de bibliotheek terugsteken? Wat zijn hulpbronnen? Wat zijn onze behoeften? Palmolie? Coltan?

Is welvaart te bereiken met het duurzaam maximaliseren van de hoeveelheid schaarse hulpbronnen? Is het alleen de duurzame gebruiksruimte die gerespecteerd moet worden?

Moeten we alle grondstoffen in de bodem tellen en duurzaam beheren omdat dat mogelijk is? Mogen we zoveel palmplantages aanleggen als bossen zich kunnen regenereren? Mogen we zoveel vissen eten als het bestand in de zeeën aankan? Hebben we recht op alle hulpbronnen, zolang de impact ervan binnen de opnamecapaciteit van de atmosfeer ligt? Binnen het herstelvermogen van een bos of een zee? Reikt onze gebruiksruimte tot aan de recuperatiekracht van de natuur? Mogen we zo gulzig zijn als de meetlat het toelaat?

De duurzame westerse mens wil zijn impact/voetafdruk/welvaart terugdringen omdat het pijnlijk duidelijk wordt dat de taart anders niet eerlijk verdeeld kan worden.

Duurzame ‘welvaart’/’impact’/’voetafdruk’ moet zo groot zijn als het gelijk deelbaar is door alle mensen. Hoe minder mensen, hoe groter de toelaatbare impact? Is de grootte van de taartpunt die we willen eten alleen afhankelijk van het aantal eters? Hoe minder gasten, hoe calorierijker de schranspartij?

Duurzaamheid lijkt minder bezorgt met het feit dat we delen en meer met wat en hoeveel we (kunnen) delen.

Grenzeloze moraal

Het economische duurzaamheids-discours met zijn ‘impact’, ‘voetafdruk’, ‘biodiversiteit’ en ‘klimaat’, moraliseert op basis van wiskundige formules en wetenschappelijke metingen in het kader van een eindige en nuttige wereld die rond behoeftige mensen draait. Duurzaamheid berekent goed gedrag t.o.v. en onze relatie met de natuur.

Moraliseren: anderen (herhaaldelijk) vertellen wat juist gedrag is.

Wiskunde en economie die tot een pasklare universele moraal komen. Is dat geen illusie die wordt ingezet tegen angst voor ‘moraliseren’?

Wanneer gemoraliseerd wordt zonder het gebruik van universele wetten, zonder exacte wetenschap en zonder een duidelijke handleiding, wordt het moeilijk. Wanneer we subjectieve, relatieve, culturele normen en waarden hanteren stuiten we op ergernis. Hier wordt gevreesd voor het beknotten van felbevochten individuele vrijheden en krijgt ‘moraliseren’ een negatieve bijklank. Dit soort moraliseren wordt uit angst voor de aantasting van de vrije meningsuiting het liefst helemaal niet gepraktiseerd (hoe tegenstrijdig kinkt dat?). En al zeker niet als het over de natuur gaat. Straks krijg je nog het etiket van ‘gedrags-zager’, ‘moraalridder’, ‘aanhanger van een groene kerk’ of ‘wollige geitensok’. Stel je voor.

Als moeder is het mijn dagelijkse plicht om te moraliseren en te proberen het goede voorbeeld te tonen. Dat gaat dan over beleefdheid, respect, vriendelijkheid, matigheid, zorgzaamheid, altruïsme, gelijkwaardigheid, delen. Die dingen. Niet dat ik ze ooit gemeten heb, ze komen zomaar uit de toppen van mijn tenen. Slechts een vaag idee van hoe ze daar precies in deze vorm terecht zijn gekomen (ze komen in ieder geval uit een tijdperk van voor dat de Aarde een bol was) en af en toe -als het weer eens te gortig wordt- naar buiten wellen. Al dan niet samen met mijn vingertje, zeker wel.

Respect: aanzien, eerbied of waardering, omzien naar, rekening houden met. Respecteren is het niet overschrijden van onzichtbare en moeilijk te meten doch bestaande grenzen. Dit soort grenzen liggen op een andere plaats dan de exact meetbare. Ze liggen altijd in het midden.

Als je onthoudt dat vrijheid eindigt waar die voor anderen begint, dan is er toch niets om bang voor te zijn. Dan is er geen exacte handleiding nodig. Wel oefening. Samen. In kijken en luisteren vooral.

Mag het iets meer zijn?

Duurzaamheid is te beperkt om een ‘goede/juiste/verantwoordelijke’ levensstijl mee aan te duiden, en staat -verleidelijk wiskundig- in de weg voor het stellen van belangrijke morele, culturele, filosofische, ethische, spirituele, religieuze, sociale, psychologische, artistieke, humanistische, ecologische, historische… (niet-economische/wollige zo je wil) vragen. Of moet het de angst voor deze vragen sussen? Of de minachting ervoor rechtvaardigen? Of profiteert het van het voordeel van de twijfel in de antwoorden?

Dat wij zo goed kunnen meten, maakt ons verschillend van sprinkhanen. Wij weten wel waar we moeten ophouden om onze eigen ondergang niet tegemoet te vreten (of we dat ook kunnen…). Maar mensen zijn ook diegenen die kunnen nadenken over hun omgeving in andere termen dan ‘nut’ voor zichzelf. Over de ‘zin’, de ‘aard’, de ‘geest’ van dingen bijvoorbeeld. (Niet dat we de antwoorden ooit zullen vinden.)

Aardigheid

De goedbedoelende duurzame mens blijft een grensoverschrijder, wanneer hij niet ook durft moraliseren zonder wiskunde. En wanneer hij niet begrijpt dat, zoals de zon niet rond de aarde draait, en niet uit zijn eigen gat schijnt, de aarde niet rond de mens draait. Daarom een pleidooi voor Aardigheid.

(Het is niet verwant aan het ‘eco-neutraal’ of ‘eco-positief’ handelen van Babette Porcelijn, want het gaat niet over meetbare impact, het soort impact dat binnen planetaire grenzen moet blijven of binnen ‘de draagkracht’ van de aarde.)

Aardig: vriendelijk, lief, respectvol, klein, nederig, zacht, van de Aarde. Uit en door natuur gemaakt. Voor(t)komend (uit) op Planeet Aarde. Eigenaardig.

Aardigheid is het putten uit een onmetelijke hoeveelheid liefde om van ons leven hier en nu een vriendelijke plaats te maken. Met het vertrouwen dat we op die manier een veilig, warm (figuurlijk) nest zullen achterlaten. Met ‘delen’ als oefening van het hart.

Met vertrouwen in overvloed, met moed om de eindigheid in de ogen te kijken en niet beperkt door planetaire limieten. De enige grenzen waar we bang voor moeten zijn, zijn immers deze in ons hart.

Aardig ben je als onderdeel in een groter systeem, waar samengeleefd en gedeeld wordt. Aardig ben je als je je nederig en kwetsbaar opstelt, zonder vrees voor onbeantwoorde vragen, grote mysteries of voor controleverlies (beheerverlies). Aardig ben je wanneer je vanuit alle perspectieven probeert te kijken, ook die buiten jezelf. Wanneer je verwonderd bent in plaats van gelijk hebt.

Aardig ben je wanneer je in het voordeel van de twijfel minimaliseert.

Aardig ben je wanneer je voortkomt uit de Aarde. Je haar door je aderen laat stromen. Je haar inademt, uitscheidt, voortplant. Je haar opeet. Zij jou opeet. Van Aardigheid, word je vanzelf poëtisch.

Aardigheid is tenslotte ook een beetje gek, eigenaardig en speels.

Een warm nest is een goed beheerd huishouden waar liefde en respect zegevieren. Duurzaamheid en Aardigheid hebben elkaar nodig. Naast consuminderen, consumanderen, innoveren en conserveren moeten we ook leren egominderen, econominderen, moralimeren, herbronnen en respecteren.

Alvorens het definiëren van comfort en welvaart moeten we eerst onderzoeken wat het betekent om het goede te doen. Niet vanuit martelaarschap, maar uit vertrouwen dat we alleen zo een echt vervullend leven zullen leiden.

Om te weten waar onze gebruiksruimte eindigt en die van vogels begint, moeten we niet tellen, maar minder met onszelf bezig zijn en meer gaan wandelen in het bos.

People, Planet, Peace.

Vele groensels,

Wilma (die niet weet wat honger is) en de vogels (die niet weten wat een koud nest is)

(foto boven: de vogels op het ‘Wijveld in bloei’, midden: vergeten)

Geef een reactie

Je email adres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met een *

Verstuur reactie